Martijn Moes

Artikel

Wat als je internationale carrière al begint voordat je weet wat een carrière is?

Mijn verhaal begon eerder dan de meeste loopbanen: op jonge leeftijd verhuisde ik met mijn gezin naar Brunei, voor het werk van mijn vader. Daar bracht ik een groot deel van mijn jeugd door, ver van Nederland. Op een internationale school volgde ik de Nederlandse stroom. Zo klein zelfs, dat ik in groep 6, 7 en 8 vaak de enige leerling was: een situatie die destijds het NOS Jeugdjournaal haalde. Voor mij voelde het vooral… normaal.

Na de basisschool stapte ik over op Engelstalig onderwijs, eerst in Brunei en later in Oman. Daar behaalde ik mijn IGCSE (International General Certificate of Secondary Education) en vervolgens het International Baccalaureate (IB): een uitdagend diploma dat toegang geeft tot universiteiten wereldwijd. In die jaren ontdekte ik twee dingen: wiskunde lag me goed en economie boeide me steeds meer. Die combinatie bleek achteraf veelzeggend.

Na het IB stond ik opnieuw voor een keuze: verder studeren in Oman kon alleen in het Arabisch. Het Verenigd Koninkrijk lonkte, maar uiteindelijk koos ik voor Nederland. Thuis. Al bleek dat ‘thuis’ minder vanzelfsprekend dan gedacht. Mijn Nederlands was beperkt, het openbaar vervoer een raadsel en ineens moest ik alles zelf regelen. Toch begon ik aan de opleiding Econometrics and Operational Research te Amsterdam.

Na een jaar wist ik het zeker: kansberekening en statistiek waren niet mijn passie. Eén vak sprong er wél uit: accounting. Daar merkte ik dat cijfers pas echt interessant worden als ze iets vertellen over organisaties, keuzes en verantwoordelijkheid. Accountancy gaat niet alleen over getallen, maar over het verhaal erachter.

Ik stapte bewust over naar HBO-Accountancy. Niet uit onmacht, maar omdat ik een stevige basis wilde leggen: zowel inhoudelijk als taalkundig. Die keuze pakte goed uit. De studie ging me makkelijk af en gaf ruimte om actief te worden: als klassenvertegenwoordiger, lid van de opleidingscommissie, studentsecretaris, coördinator van meeloopdagen en zelfs als studentlid van een accreditatiepanel welk diverse hogescholen mocht accrediteren (faculteit Accountancy). Zo kreeg ik al vroeg een blik achter de schermen van het accountants­onderwijs.

Via die betrokkenheid kwam ik in mijn huidige rol als NBA-ambassadeur terecht. Ik bezoek scholen en universiteiten om studenten kennis te laten maken met het accountantsberoep en daag hen uit om na te denken over de maatschappelijke rol van de accountant.

En telkens zie ik hetzelfde beeld: accountancy wordt nog vaak geassocieerd met spreadsheets en regels. Terwijl het vak juist draait om inzicht. Als accountant krijg je een uniek kijkje in organisaties. Je spreekt met ondernemers en bestuurders, kijkt naar processen, risico’s en betrouwbaarheid. Je probeert te begrijpen hoe een organisatie écht werkt.

Als ik voor een klas sta, besef ik hoe bijzonder mijn eigen route is geweest: van internationale klaslokalen in Brunei en Oman naar de accountancy in Nederland. Geen rechte lijn, maar blijkbaar was dat ook niet nodig.

Misschien is dat wel de belangrijkste les. Je hoeft niet alles meteen te weten. Soms ontdek je pas gaandeweg waar je energie van krijgt. Voor mij bleek dat accountancy te zijn. Niet alleen vanwege de cijfers, maar vanwege de rol die het vak speelt in vertrouwen binnen onze samenleving.

Want uiteindelijk draait accountancy niet alleen om cijfers: het draait om wat die cijfers betekenen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *