Daphne Scheurwater
Opinie
Professionele oordeelsvorming: het kloppend hart van auditkwaliteit
In de hedendaagse accountancy wordt de roep om relevantie en betrouwbaarheid steeds luider. Hoewel regelgevers en toezichthouders vaak zich richten op een strikte naleving van protocollen en checklists, wijst academisch onderzoek uit dat professionele oordeelsvorming de meest kritieke factor is voor de auditkwaliteit. Het blindelings volgen van vaste regels is simpelweg niet voldoende; juist de vaktechnische interpretatie van complexe situaties bepaalt de werkelijke waarde van een controle. Professionele oordeelsvorming fungeert hierbij als de noodzakelijke verbinding tussen de abstracte theorie en de praktijk. Zonder deze kritische en strategische blik van de accountant blijft een audit slechts een invuloefening, terwijl het juist de oordeelsvorming is die cruciaal is om door de standaardprocedures heen te kijken.
De mythe van de checklist
Veel gebruikers van de jaarrekening hopen dat auditkwaliteit simpelweg betekent dat alle regels zijn gevolgd en er geen materiële fouten achterblijven. Onderzoekers zoals Francis en Knechel stellen echter dat kwaliteit een glijdende schaal is. Het beweegt zich van lage naar hoge kwaliteit op basis van de input van de accountant, waarbij oordeelsvorming de noodzakelijke verbinding vormt tussen de abstracte theorie en de praktijk.
Standaardisatie kan zelfs averechts werken, vooral bij fraudedetectie. Hogan (2008) toont aan dat accountants die strikt vasthouden aan checklists vaak een lagere risicobeoordeling maken dan zij die ‘out-of-the-box’ denken. Omdat fraudeurs strategisch handelen, moet ook de accountant zijn/haar professionele oordeel gebruiken om verder te kijken dan de standaardprocedures. Checklists zijn nuttig als basis, maar ze vervangen nooit de behoefte aan een kritische, strategische blik. (Hogan, 2008)
Componenten van een ‘hoogwaardig’ oordeel
Knechel (2013) is van mening dat kwalitatief oordeel steunt op drie cruciale pijlers:
- Vaktechnische kennis: De accountant moet niet alleen de regels kennen, maar ook de specifieke branche begrijpen om afwijkingen te kunnen duiden.
- Professioneel-Kritische Instelling: Er is een natuurlijke neiging om bewijs te zoeken dat managementbeweringen bevestigt. Een hoogwaardige audit vereist echter het oordeel om actief te zoeken naar bewijs dat beweringen juist kan weerleggen.
- Motivatie en Ethiek: De intentie van de accountant beïnvloedt het oordeel direct. Commerciële druk of de focus op winst boven kwaliteit, zoals pijnlijk zichtbaar was bij Arthur Andersen: het accountantskantoor van Enron, waar jarenlang schulden en verliezen werden verborgen via creatieve boekhoudconstructies waardoor de financiële resultaten veel beter leken dan ze werkelijk waren kan de objectiviteit van de oordeelsvorming ernstig uithollen. (Francis, 2011; Gendron & Spira, 2009); Hogan, 2008; Knechel, 2013; Van Buuren, 2015)
De impact van context en cultuur
Francis (2011) en Gendron & Spira (2009) benadrukken dat factoren op macroniveau, zoals de kantoorcultuur en externe toezichtregimes, vaak meer impact hebben op de kwaliteit dan individuele handelingen. Bij Arthur Andersen (zoals boven benoemd in motivatie en ethiek) leidde een verschuiving naar commercialiteit ertoe dat partners winst boven een kritisch oordeel stelden, wat de interne kwaliteitsbeheersing volledig ondermijnde.
Analytische procedures, reviews en onderling overleg over frauderisico’s versterken de kwaliteit van het individuele oordeel. Een accountant die zijn oordeel baseert op expertise en kritische interne toetsing, levert een aantoonbaar hogere controlekwaliteit. (Francis, 2011; Gendron & Spira, 2009; Hogan, 2008; Knechel, 2013)
De maatschappelijke relevantie en de verwachtingskloof
Auditkwaliteit gaat uiteindelijk over de relevantie creëren voor het maatschappelijk verkeer. De accountant moet zijn oordeel gebruiken om de informatieasymmetrie tussen management en aandeelhouders te verkleinen. De controle wordt niet alleen uitgevoerd op materialiteit, maar de accountant moet via zijn oordeel ook kwalitatieve aspecten meewegen die cruciaal kunnen zijn voor de beslissing van een gebruiker. (Knechel, 2013; Van Buuren, 2015)
Professionele oordeelsvorming = key
Naar mijn mening is professionele oordeelsvorming absoluut cruciaal voor het effectief bewaken van frauderisico’s. Hoewel standaard checklists je richting kunnen geven, stopt het kritische denkproces zodra je binnen de gewaande kaders blijft. Juist daar waar de checklists ophouden, moet de accountant een eigen oordeel vormen. Dit is bijvoorbeeld cruciaal bij het beoordelen van subjectieve schattingen en waarderingen door het management waarbij je actief moet durven zoeken naar bewijsmateriaal dat de beweringen van de directie juist tegenspreekt. Ook bij het afwegen van kwalitatieve aspecten versus materialiteit is een eigen oordeel onmisbaar; een afwijking kan in euro’s klein zijn, maar maatschappelijk of strategisch van enorm belang. Tot slot moet een accountant de bedrijfscultuur en de ’tone at the top’ kunnen wegen, omdat commerciële druk de integriteit en objectiviteit ernstig kan uithollen.
Om dit kritische oordeel succesvol toe te passen, is het van essentieel belang dat je jezelf continu goed informeert. Dit begint bij een sterke basis van kennis en vakdidactiek, maar ook bij het doorgronden van de interne ‘audit-richtlijnen’ van het accountantskantoor en het nauwgezet bijhouden van alle veranderingen in wet- en regelgeving, zoals de RJ en de NVCOS. Schroom bovendien nooit om bij specifieke of complexe gevallen hulp in te schakelen van bijvoorbeeld de afdeling compliance of om te overleggen met collega’s.
Tegen de junior assistenten die net hun hbo- of masterdiploma op zak hebben, zou ik willen zeggen: maak je geen zorgen! Niemand verwacht dat je direct zonder werkervaring precies weet hoe alles moet, of dat je meteen over een volledig ontwikkeld professioneel oordeel beschikt. Geen probleem. Dit leer je vooral in de praktijk. De combinatie van theoretische kennis, coaching, de cultuur binnen het accountantskantoor en praktijkervaring zorgt ervoor dat je je vaardigheden geleidelijk ontwikkelt.
Bronnenlijst
Buuren, J. van (2015). Audit Quality: A conceptual framework and a review of the literature.
Francis, J. R. (2011). A framework for understanding and assessing audit quality.
Gendron, Y., & Spira, L. F. (2009). What went wrong? The downfall of Arthur Andersen and the construction of controllability boundaries surrounding financial auditing.
Hogan, C. E., Rezaee, Z., Riley, R. A., & Velury, U. K. (2008). Financial statement fraud: Insights from the academic literature.
Knechel, W. R., Krishnan, G. V., Pevzner, M., Shefchik, L. B., & Velury, U. K. (2013). Audit quality: Insights from the academic literature.


Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!