MENU
  

Effectiever toezicht door ‘Polderen’

De kwaliteit van financiële verslaggeving in de lidstaten van de Europese Unie (EU) kent sterke onderlinge verschillen. Een goede inrichting van de toezichtsfunctie is van belang voor een juiste en volledige informatievoorziening richting beleggers. Toezicht leidt tot een betere nalevering van de financiële verslaggevingsstandaarden. Voor beleggers is het gemakkelijker om de financiële prestaties van ondernemingen te vergelijken en daarop de investeringsbeslissingen te baseren. Deze ontwikkelingen beïnvloeden daarmee de werking van de kapitaalmarkten en de verdeling van de welvaart.

Het is van belang om de verschillen in de kwaliteit op te heffen en daarmee een goede en eerlijke informatievoorziening richting beleggers te garanderen. De EU heeft getracht deze positieve effecten te bereiken door het verplicht stellen van een landelijk toezichtsorgaan. In dit systeem zijn de lidstaten zelf verantwoordelijk voor het bepalen van het toezichtsbeleid en het sanctioneren van overtredingen. De door de EU gekozen inrichting van het toezichtsmodel kent grote verschillen in de wijze waarop toezicht in de lidstaten wordt uitgeoefend. Deze verschillen in toezicht ontstaan door culturele verschillen tussen de lidstaten, afwijkingen in kennis, expertise en interpretatie van regelgeving.

Om deze verschillen op te heffen stel ik voor om de toezichtsfunctie anders in te richten: een zogenaamd ‘poldermodel’. Ik bedoel hiermee een model dat de voordelen van het huidige decentrale model combineert met de voordelen van een centraal ingerichte toezichtsfunctie. Om dit duidelijk te maken ga ik eerst in op de voor- en nadelen van een mogelijk centraal model.

Centraal toezicht altijd beter?
Bij de centrale toezichtsfunctie bestaan de verschillende toezichthouders in de afzonderlijke lidstaten niet meer. Dit heeft als voordeel dat toezichthouders zich moeilijker laten beïnvloeden en objectiever blijven. Bovendien verdwijnen de culturele verschillen in het uitoefenen van het toezicht, doordat alle lidstaten in éénzelfde organisatie vertegenwoordigd zijn. Daarnaast is kennis gebundeld op één plek. Dit biedt de mogelijkheid om gemengde specialistische toezichtsteams te vormen, die onderzoek uitvoeren naar de kwaliteit van de financiële verslaggeving. Verschillen op het gebied van kennis en expertise verdwijnen ook.

Een nadeel van de centrale toezichtsfunctie is de grotere afstand tussen de toezichthouder en de bedrijven. De ‘voelsprieten’ in het land verdwijnen, waardoor nuances moeilijker zijn aan te brengen. De toezichthouder kan evenmin meebewegen met actuele ontwikkelingen in een land en beantwoording van eventuele vragen van ondernemingen aan de toezichthouder laat langer op zich wachten. Flexibiliteit is bij dergelijke organisaties vaak ver te zoeken. In mijn optiek is dit juist voor toezichthouders van belang, gezien de grote hoeveelheid veranderingen in de regelgeving voor financiële verslaggeving.

De genoemde nadelen van de centrale toezichtsfunctie wegen in mijn optiek zwaarder dan de genoemde positieve effecten, waardoor een centrale oplossing niet de meest optimale keuze is.

Het ‘Poldermodel’
Bij het poldermodel worden de regels centraal vanuit ESMA vastgesteld, inclusief bijbehorende sancties op het niet naleven van de regels. Tegelijkertijd vindt het toezicht op de naleving van de centraal opgestelde regels decentraal plaats door toezichthouders in de EU-lidstaten zelf. De voordelen van beide systemen worden op deze manier optimaal gecombineerd.

De verschillen in cultuur, kennis en expertise worden verkleind door het instellen van uitwisselingsprogramma’s. Specialisten op bepaalde onderwerpen kunnen in een dergelijk programma hun kennis op het gebied van de regelgeving delen met andere medewerkers. Bovendien kunnen de medewerkers kennis en ervaring opdoen over de cultuurverschillen die bestaan tussen de verschillende lidstaten. Deze inzichten helpen de medewerkers bij het uitoefenen van hun toezichthoudende taken.

Het voorstel voor een poldermodel komt niet uit de lucht vallen. Het is grotendeels gebaseerd op het toezichtsmodel dat gebruikt wordt voor het toezicht op Europese banken (Single Supervisory Mechanism, SSM) dat in 2014 is ingevoerd (M’barki, 2014). Het SSM is onderdeel van de bankunie die na de kredietcrisis door de Europese Central Bank (ECB) is ingesteld.

Tot slot
De verschillende kanten afwegend zou in mijn optiek het poldermodel de beste optie zijn om de tekortkomingen in het huidige toezichtssysteem op te lossen. Daarnaast is deze oplossing relatief goedkoop en snel te realiseren. Ik kijk uit naar eventuele tegenvoorstellen op mijn voorgestelde poldermodel. Ik beloof dan die ideeën te monitoren en kom erop terug met een vervolgessay.

Deze opinie is gebaseerd op het essay waarmee Sytse Jousma MSc deelneemt aan de Nyenrode Essayprijs Accountancy 2017. Voor de Essayprijs zijn studenten genomineerd die een goed beoordeelde masterscriptie hebben geschreven met een onderwerp dat maatschappelijk interessant en relevant is. De uitreiking is op 11 januari.

3+

Gebruikers die dit bericht leuk vinden:

  • Renske Siskens
Meer lezen Onderwerp insturen Aanmelden nieuwsbrief

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Uw email zal niet zichtbaar op de site zijn.